Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Organisatie

Studiecurriculum

(dispensatie maximum aantal EC per semester / vrije keuzeruimte)

Zaaknummer AC 1512 3167: Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Verweerster heeft het verzoek van appellant om toestemming om zich voor meer dan voor 42 EC aan studieonderdelen in te schrijven in het tweede semester van studiejaar 2015-2016, afgewezen.

Artikel 3.2, achtste lid, van de OER bepaalt het volgende:
8. Studenten kunnen zich voor maximaal 42 EC per semester inschrijven voor onderwijs. Wanneer de student voor meer dan 42 EC wil worden ingeschreven, dient de student uiterlijk op de laatste dag van de vakaanmeldperiode een verzoek in te dienen bij de onderwijsbalie van de FEB. Eventuele plaatsing is alleen mogelijk als aan een aantal voorwaarden is voldaan:
- Er is nog plek bij het betreffende vak.
- De student dient de laatste twee onderwijsperioden waarvan de cijfers geregistreerd zijn in SIS voor de betreffende onderwijsperiode minimaal het nominaal aantal studiepunten behaald te hebben dat is geroosterd in die periode.

Niet in geschil is dat appellant in de twee aan het verzoek voorafgaande onderwijsperiodes niet het nominaal aantal studiepunten heeft gehaald. Hij voldoet dan ook niet aan de hierboven genoemde voorwaarde om zich voor meer dan het maximaal toegestane aantal studiepunten in te schrijven. Verweerster kon dan ook op grond hiervan het verzoek van appellant afwijzen. Van belang acht het College daarbij dat gebleken is dat appellant ook in voorgaande periodes niet nominaal gepresteerd heeft en verweerster het verzoek mede heeft afgewezen om appellant te beschermen tegen een te zware studielast.

Voorts is het College niet gebleken van omstandigheden waardoor verweerster niet in redelijkheid kon verwijzen naar de voorwaarden zoals gesteld in artikel 3.2, achtste lid, van de OER of omstandigheden die noopten tot het toepassen van de hardheidsclausule.

Beroep ongegrond.

AC 1512 3167 2016

Zaaknummer AC 1411 11932: Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Verweerster heeft het verzoek van appellant om het vak Sports, Law and International Diplomacy op te voeren in haar vrije keuzeruimte binnen de masteropleiding Privaatrecht, variant Privaatrechtelijke Rechtspraktijk, afgewezen.

Aan het College is gebleken dat de belangrijkste reden dat verweerster geen goedkeuring meende te kunnen verlenen om het vak Sports, Law and International Diplomacy in te passen in de hierboven genoemde keuzeruimte, was dat het een vak betreft dat op bachelor-niveau is onderwezen.

Het College is van oordeel dat het  in beginsel aan verweerster is om  te bepalen wat het niveau is van een aan een buitenlandse universiteit onderwezen vak. Zij mag daarbij evenwel afgaan op de kwalificatie van het vak Sports, Law and International Diplomacy zoals de University of South Wales in Sydney aan dit vak heeft gegeven, te weten undergraduate elective.

Het College is dan ook van oordeel dat uit de overgelegde stukken voldoende is gebleken dat verweerster op weloverwogen gronden tot de conclusie is gekomen zij aan appellant geen goedkeuring kon verlenen om het bachelorvak Sports, Law and International Diplomacy als keuzevak in de masteropleiding Privaatrecht, variant Privaatrechtelijke Rechtspraktijk, op te nemen.

Beroep ongegrond.

AC 1411 11932 2015